Categorieën
Het Parool

Lachwekkende zangeres en uitstekende cellist in de Bachzaal

Een heel merkwaardig recital hoorde ik gisteravond in de Bachzaal, waar de cellist Jacques Ripoche en de zangeres Sylvie Sandra (met veel brio begeleid door Jean Joël Barbier) voor 400 lege zetels en ongeveer tien Amsterdammers optraden: omstandigheden, die zelfs de vermaardste kunstenaars in hun spel ongunstig moeten beïnvloeden. Merkwaardig was dit concert om de zangeres, die slechts te vergelijken is met een mechaniekje, dat weinig menselijks bezit.

Sylvie Sandra neemt, zodra zij begint te zingen, een verstarde houding aan, die voornamelijk wordt gekenmerkt door het opheffen van de linkerhand: een ridicule bezigheid, die misschien in het variété een verrassend effect zal kunnen sorteren, maar in de concertzaal niet thuis hoort. Trouwens, daar hoort deze zangeres ook om andere redenen niet thuis. Zij heeft een slecht klinkende, slecht gebruikte en vaak bijzonder valse sopraan. Dat impresario’s zulke mensen laten optreden, pleit slechts tegen onze op commerciële basis rustende concertpractijk.

Jacques Ripoche speelt uitstekend cello, technisch vrijwel vlekkeloos en na de pauze – in Debussy vooral – hoorde men zelfs een kunstenaar van formaat. Hij moet hier onder gunstiger omstandigheden terugkomen; de zangeres niet.

LEX VAN DELDEN