Categorieën
Het Parool

Paul Kaul-Nathalie Radisse

Wat tijdens de sonaten-avond, die de Franse violist Paul Kaul en zijn echtgenote de pianiste Nathalie Radisse zaterdag in de Amsterdamse Bachzaal gaven, het meeste trof was het feit, dat hun spel elk effectbejag vermijdt. Typerend voor dit gezonde musiceren was wel de toegift: het langzame(!) deel uit Beethoven’s “Frühlingssonate”.

Paul Kaul beschikt over een soms fraaie toon, met name in de cantilene, en zijn stokvoering is uitstekend.

Het komt mij voor, dat de pianiste technisch zijn mindere is: zowel tempo als dynamiek schenen soms afhankelijk te zijn van haar technische capaciteiten, waardoor het samenspel met de violist niet steeds geheel sluitend was. Vooral Beethoven’s “Kreuzer”-sonate bleef hierdoor naar mijn smaak te veel notenbeeld.

In Franck’s sonate voelde men zich geestelijk kennelijk beter thuis. Er werd hierin voortreffelijk en boeiend gemusiceerd, met overgave en vooral: met gezonde muzikaliteit, zonder vals sentiment.

LEX VAN DELDEN

Categorieën
Het Parool

Cor de Groot speelt Chopin

DAT Cor de Groot een knap pianist is, demonstreerde hij Donderdagavond op het eerste concert van zijn Chopin-cyclus in de uitverkochte Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw weer overduidelijk. Technische moeilijkheden overwint hij met het grootste gemak en vooral het passagespel levert voor hem geen enkel probleem op.

Helaas bleek zijn aanslag dikwijls stug en hard te zijn en de lenige soepelheid te missen, die de toon wat meer kleur zou kunnen verschaffen. Daarbij kwam een vaak zó sterke verzorging van het détail, dat de grote lijn verloren ging. Zo geraakte men te zelden in de ban van dit overigens knappe musiceren.

Geboeid werd men in enkele onstuimig-felle préludes, in één ruk doorgespeeld, waarmee De Groot toonde, dat hij deze Chopin meeslepend kan vertolken.

LEX VAN DELDEN

Categorieën
Het Parool

Julius Röntgen herdacht

HET was een goede gedachte de componist, pianist en paedagoog Julius Röntgen te herdenken door een concert te geven, gewijd aan composities van deze 15 jaar geleden gestorven musicus. Men hoorde Zaterdagavond in de Amsterdamse Bachzaal een aantal kamermuziekwerken, die hem duidelijk deden uitkomen als de echte romanticus, uit de omgeving en tijd van Brahms en Grieg. Dankbare, ongecompliceerde muziek, van knap vakmanschap getuigend.

Met uitzonderlijke paedagogische kwaliteiten begiftigd, heeft hij als directeur van het Amsterdamse Conservatorium een belangrijk aandeel gehad in de vorming van vele jonge musici.

Velen zullen zich ten slotte de pianist Röntgen herinneren, vooral van zijn prachtige recitals met de grote zanger Messchaert.

Julia, Johannes, Julius, Joachim en Edvard Röntgen zorgden, met Wim Boeken, voor zeer goede uitvoeringen.

Sonja Kovalefska

Wat de zangeres Sonja Kovalefska Zondagmiddag in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw liet horen, was niet van die aard, dat wij er opgetogen van kunnen zijn. Want zowel zangtechniek als expressie liet veel te wensen over.

Haar niet steeds zuivere alt bleek wel enkele mooie tonen te kunnen produceren in het hoge register, maar daartegenover bleven de gebreken dusdanig in de meerderheid, dat eigenlijk geen enkel lied een vertolking kreeg, die voldoende genoemd kan worden.

De uitstekende begeleider Anton Dresden had onder deze omstandigheden geen gemakkelijke taak.

LEX VAN DELDEN

Categorieën
Het Parool

Constant Moerman solist in het Concertgebouw

DAT de violist Constant Moerman als solist in Lalo’s “Symphonie espagnole” Donderdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw zulk een uitbundig succes oogstte, zal wel voornamelijk zijn toe te schrijven aan de dankbare virtuositeit van het werk zelf.

Moerman wist hiervan ten volle profijt te trekken en bleek de technische moeilijkheden goed te beheersen. Nochtans bezat zijn soms door onzuiverheid ontsierd spel niet voldoende charme en glans om voortdurend te kunnen boeien. Daarbij kwam, dat dirigent Hein Jordans in de orkestbegeleiding de zwaarte van een te sterke nadrukkelijkheid legde, zodat het vaak wankele geheel een weinig bezielde indruk maakte.

Dezelfde overmaat aan zwaarte kon men constateren in Mozart’s “Eine kleine Nachtmusik”, dat het concert had geopend.

Aanmerkelijk beter bleek Jordans zich thuis te voelen in Tsjaikowsky’s vierde symphonie, die met veel élan werd uitgevoerd.

LEX VAN DELDEN

Categorieën
Het Parool

Nationaal zangconcours der volkstuinders

AAN de Nieuwe Meer, even buiten Amsterdam, ligt het prachtige Volkstuinenpark “Ons Buiten”. Midden tussen bloeiende bloemen en struiken rijst daar een muziektent op.

Die muziektent stond Zondagmiddag in het centrum der belangstelling, want hier streden meer dan 500 van heinde en ver gekomen zangers en zangeressen om de hoogste eer in het concours, dat de Bond van Volkstuinders te Amsterdam had georganiseerd ter gelegenheid van zijn zesde lustrum.

Zeer goed werd er over het algemeen gezongen en voortdurend met grote geestdrift, ondanks de martelende zonnestralen. Grote eerbied moet men hebben voor de heldhaftige koren, die met zoveel enthousiasme de hitte te lijf gingen, welke zelfs het stilzitten tot een pijnlijke en klamme aangelegenheid maakte. Hulde voor de voortreffelijke zang van “Door zang tot vriendschap” uit Beverwijk, dat met 393 punten en met lof der jury de beste prestaties leverde, na warme strijd met het “Weesper Dameskoor” (374 punten, 1e prijs) en…… de zon, die als enige achterbleef, zonder prijs.

L. V. D.

Categorieën
Het Parool

Britten in een vrolijke bui

“KOMISCHE OPERA”, noemt de Engelse componist Benjamin Britten zijn nieuwe opera “Albert Herring”, waarvan de Engelse Opera Group Dinsdagavond in Scheveningens Kurhaus de continentale première gaf. En komisch is dit werk ook ongetwijfeld.

Om te beginnen is daar het effectvolle verhaal door Eric Crozier zeer vrij bewerkt naar Guy de Maupassant’s novelle “Le rosier de madame Husson”, en waarover wij enige tijd geleden uitvoerig schreven.

Britten heeft ten volle profijt getrokken van dit verhaal. Met zachtmoedige spot, ironisch, tekende hij de hoofdfiguren zó karakteristiek, dat zij als Engelse standaardtypen kunnen gelden. Steeds behouden deze personen hun eigenaardigheid en geaardheid: enkele prototypes van de Engelse burger in zijn kleine benepenheid. Knap gecomponeerd, zoals men van een begaafd en volleerd componist mag verwachten. Vooral in strenggebouwde vormen, als de weergaloze fuga aan het einde der eerste scène. Dan is Britten op zijn best.

Zijn melodische vindingrijkheid schijnt onuitputtelijk, maar vaak ten koste van de melodie zelve, die dan aan oorspronkelijkheid inboet en, evenals de harmonie, te gemakkelijk wordt en op het randje van banaal. Men herkent dan zonder veel moeite Verdi, Puccini en zelfs Massenet.

Het 12-mans orkest is – gelijk in “The rape of Lucretia” – kleurig en met groot gemak behandeld. De vocale partijen eveneens, met misschien nog grotere kundigheid. Maar dit alles dient in de eerste plaats het toneeleffect. Effectvol is alles, wat men hoort en vooral…… ziet gebeuren. De handeling neemt vaak een zo overheersende plaats in, dat men nauwelijks nog van een opera kan spreken zoals wij die kennen. En de op het ballet geïnspireerde regie van de choreograaf Frederick Ashton versterkte dit nog aanmerkelijk.

“It’s just fun”, zeggen de Engelsen en dat is de sfeer, waarin Britten zich hier ophoudt. Het “plezier” in het handwerk “componeren”, een tegenwoordig zeldzame eigenschap, blijkt bij Britten in ruime mate aanwezig te zijn. En daarom alleen al is “Albert Herring” de moeite waard en vermaakt dit werk ons enkele uren op de meest “plezierige” wijze. Maar men moet er vooral niet meer in willen zien dan kostelijk amusement.

In die geest voerde men de opera op, met veel verve en met onmiskenbaar genoegen. Er waren aardige décors van John Piper. Een voortreffelijk zingend en acterend ensemble met Joan Cross, Nancy Evans, Margaret Ritchie, Peter Pears en Frederick Sharp als uitblinkers zorgde onder de uitstekende leiding van de componist voor een doorslaand succes.

LEX VAN DELDEN

Categorieën
Het Parool

Nationale zangwedstrijd

MIN of meer voor een sensatie zorgde het mannenkoor “Polyhymnia” uit Heerlen, Zondagmiddag in het Amsterdamse Krasnapolsky, tijdens de derde, tevens laatste wedstrijd van het door het koor “Veni, vidi, vici” ter gelegenheid van zijn 25-jarig bestaan georganiseerde zangconcours.

Onder leiding van dirigent H. Thissen behaalde het Heerlense Koor in de derde afdeling mannenkoren, door uitmuntende, prachtig afgewogen zang de eerste prijs met 402 punten, felicitaties van de jury, de directeursprijs en ten slotte de zilveren lauwertak voor het hoogste aantal punten van alle deelnemende koren. Een bijzondere prestatie, vooral als men weet dat dit koor pas in October 1944 is opgericht.

Direct hierna dient de zeer beheerste en welverzorgde zangkunst van het gemengde koor “Zanglust” uit Wormerveer genoemd te worden, dat dan ook in zijn afdeling de eerste prijs won met 399 punten en felicitaties van de jury ontving. Zijn dirigent Jan Mienes kreeg bovendien twee directeursprijzen. Opmerkelijk was de directie van Piet Groot die drie directeursprijzen won.

Over het algemeen werden tijdens dit concours goede prestaties geleverd. Bezwaren kan men aanvoeren tegen door enkele koren gekozen werken, over het geheel echter was de keuze van het repertoire wel verantwoord.

L. V. D.

Categorieën
Het Parool

Abraham Feldman, tenor uit Palestina

VEEL Italiaanse namen vermeldde het programma, dat de Palestijnse tenor Abraham Feldman ons Woensdagavond in het Amsterdamse Minervapaviljoen voorzette. En meer dan Italiaans was het élan, waarmede hij zong.

Opera-aria’s, Napolitaanse liedjes en volksliederen wisselden elkaar in bonte rij af; Feldman zong dit alles met veel pathos en bereikte in de hoogte soms een fraaie glans. In de laagte vaak onzuiver, bleek zijn stem helaas niet die lyrische ontroeringskracht te bezitten, die voor Italiaanse aria’s noodzakelijk is.

Als geheel een avond, die door de vocale tekortkomingen teleurstelde, maar het in groten getale opgekomen publiek vooral door het populaire programma geestdriftig stemde. Hans Krieg begeleidde.

LEX VAN DELDEN

Categorieën
Het Parool

Manuscripten van Bach’s oudste zonen

VAN de twintig kinderen van Bach zijn vijf zonen als musici bekend geworden. Daarvan was de oudste, Wilhelm Friedemann misschien wel de geniaalste, maar door hardnekkig gehandhaafde onrechtvaardige oordelen en grotendeels verzonnen verhalen over zijn dronkenschap bleef lange tijd een verkeerd beeld van hem bestaan.

Donderdagavond heeft men in de Kleine Zaal van het Concertgebouw enkele prachtige werken van deze begaafde componist kunnen horen op het slotconcert van het cultureel treffen, dat het Amsterdams Studenten Corps heeft georganiseerd ter gelegenheid van de viering van het 63ste lustrum der universiteit.

Carl Philipp Emanuel, de op Wilhelm Friedemann volgende, minder begaafde zoon van Bach, ontleent in de muziekgeschiedenis zijn betekenis vooral aan zijn boek over het pianospel en aan zijn pianomuziek. Terecht werden deze avond van hem dan ook twee werken voor clavecymbel en clavichord – voorlopers van de piano – uitgevoerd.

Bijzonder was verder, dat men de basblokfluit hoorde, een weinig gebruikt instrument, dat zich bijzonder goed met de altviool en de cello verbindt.

Te weinig toehoorders hebben van deze grotendeels onuitgegeven, vooral op Haydn’s vooruitlopende muziek kunnen genieten, in voortreffelijke uitvoeringen door Hans Brandts Buys (clavecymbel en clavichord), Joannes Collette (fluit), Louis Mieremet (altviool) en Piet Lentz (cello).

LEX VAN DELDEN

Categorieën
Het Parool

Nederlands Kamerkoor

Dinsdagavond hoorde men het prachtig zingende ensemble van Felix de Nobel in de Nieuwe Waalse kerk te Amsterdam, met Meindert Boekel als goede organist.

Het ontroerende “Pater Noster” van de thans bijna vergeten Duitse componist Hassler (1564-1612) werd, naast de werken van de tijdgenoten Strategier, Britten en Rud. Mengelberg, die – hoe knap ook gecomponeerd – mij niet bijzonder konden overtuigen, tot een openbaring door zijn verheven bezieling. Toch is Hassler bijna vergeten……

LEX VAN DELDEN