Categorieën
Het Parool

“Apollo” gaf première van Van Hemel’s “Magnificat”

Een concert door de Koninklijke mannenzangvereniging “Apollo” betekent altijd een confrontatie met koorcultuur van de bovenste plank. Ook gisteravond heeft dit prachtige koor onder leiding van zijn dirigent Fred. J. Roeske Amsterdam in de grote Concertgebouwzaal laten genieten van, in klank, vrijwel volmaakt afgewogen en technisch uitermate verzorgd zingen.

Ondanks zijn hoge leeftijd blijft Roeske nog steeds een voorbeeld voor jongeren: hij weet dat een cultuur slechts gebaat is met een levende hedendaagse productie en ook dit keer heeft hij van die overtuiging de bewijzen geleverd door behalve Sem Dresden’s meesterlijke “Boerenfeest” de eerste uitvoering te geven van het “Magnificat” van Oscar van Hemel: een op het eerste oor niet geheel vocaal gedachte, maar wel goed klinkende compositie, welke in deze schitterende uitvoering zoveel succes oogste dat de componist op het podium moest komen danken.

Roeske liet het er niet bij en herhaalde Van Hemel’s werk, dat hij evenals de rest van het programma uit het hoofd dirigeerde. Met Schubert’s “Litanei” en Gallus’ “Ecce quomodo moritur” was het concert geopend ter nagedachtenis van drie oude getrouwen van “Apollo”, die dit jaar stierven: de begeleider W. L. Doortmont en J. H. J. van Deventer en C. J. Quirin Klomp, die jarenlang resp. lid en bestuurder van het koor zijn geweest.

Na Roeske’s aan het slot gezongen “‘t Geuzenlied op den Thuismarsch” moesten nog twee toegiften volgen. De soliste van de avond, Elisabeth Leguyt-v. d. Zanden (sopraan) oogstte veel succes met enkele zuiver gezongen liederen; Bep Aarden begeleidde haar.

Tot de aanwezigen behoorde burgemeester d’Ailly.

LEX VAN DELDEN